Wat zou jij doen?

Wat zou jij doen mocht je zo’n bericht ontvangen? Die vraag stelde ik op de socials en – tot mijn grote verbazing – kwam er reactie op mijn vraag. Ik heb altijd een zekere schroom wanneer ik iets post op de socials. Altijd is er weer dat stemmetje dat soms fluistert, soms roept, maar zelden zwijgt. Dat stemmetje in mijn dat hoofd zegt: ‘Doe nou maar niet. Niemand zit toch te wachten op jouw berichten?’ Maar ik doe het toch, tegen beter weten in en me bewust van het feit dat mensen willen ontspannen op de sociale platformen en niet veel zin hebben om hun hersenen te peinigen, laat staan een antwoord te formuleren. Maar die antwoorden kwamen er. Gelukkig, want dan kon ik dat stemmetje – dat vast een resultaat is van mijn bescheiden ‘Doe maar normaal, dat is al gek genoeg’-opvoeding – de mond snoeren. Een dame deelde mijn bericht zelfs met de mededeling dat KANSLOOS een ‘fantastisch goed verhaal’ is. Snel over naar de antwoorden op de vraag die ik stelde, want het ‘doe maar niet’-stemmetje wil zich ook nu weer moeien. Zodus… Terug naar de vraag: Wat zou je doen mocht je zo’n bericht ontvangen? Iemand antwoordde: Naar de politie gaan. Lijkt me logisch. Was ook mijn eerste optie. Iemand anders sprak over het inschakelen van de media en de minister van Justitie. Ook niet slecht gevonden. Nog een voorstel: grof geld neertellen voor een privédetective. Zou ik eerlijk gezegd niet vertrouwen, tenzij ik goede referenties heb, of enkel betaal bij goede resultaten ;-) . Privédetective… het blijft toch een vaag beroep, nee? Een laatste antwoord kwam van iemand die de slaapkamer van de zoon wilde uitkammen om zelf aanwijzingen te vinden. Zoveel creatieve antwoorden! Ik was er heel blij mee! En je voelt me al komen…

Wat zou jij doen mocht je zo’n bericht ontvangen en heb jij soms ook last van het ‘Doe maar niet’-stemmetje, bijvoorbeeld bij het schrijven van een blogpost?

Hou jij het hoofd koel?

Vandaag was mijn eerste werkdag na een weekje verlof. Op de heetste dag van het jaar keek ik er niet tegenop om mijn dag door te brengen in een aangenaam gekoelde omgeving en in het gezelschap van lieve collega’s, die ik sinds de invoering van het telewerken te weinig zie. Velen waren net terug van vakantie en hadden hun tijd goed aangewend (lees: ze hadden Kansloos gelezen ;-) )Hoewel ik het heel tof vind dat de collega’s mijn boeken lezen, weet ik nooit echt goed wat zeggen wanneer ze me complimenteren. Veel verder dan een gemompeld bedankje en een ‘Vergeet niet wat reclame te maken, hè’ kom ik niet, hoewel ik vandaag toch echt wel heb moeten lachen. Even wat achtergrondinfo voor het verhaal van start gaat: voor mijn personages gebruik ik vaak namen van collega’s die ik wat aanpas; genoeg zodat ik niet hun echte naam gebruik, maar te weinig om te voorkomen dat insiders binnen het bedrijf hun collega’s herkennen. En zo gebeurde het dat Wim – een collega en tevens belangrijk personage in het boek – naar me toekwam en vertelde dat hij zeer gecharmeerd was toen hij las dat hij tot directeur was gepromoveerd in mijn verhaal. Misschien was dit wel een voorbode die zijn carrièrekansen binnen het bedrijf aankondigde? Vervolgens biechtte hij op dat zijn enthousiasme afnam toen bleek dat hij directeur was van een afkickkliniek en dat het van kwaad naar erger ging toen hij ook nog eens werd vergeleken met acteur Jason Alexander, de kalende slechterik uit Pretty Woman. Waar had hij dat aan verdiend? Collega Wim is mijn held. Hij heeft het boek nog niet uitgelezen, maar ik beloofde hem nog spannende tijden met ‘zijn personage’. Collega Wim heeft ook humor en ziet eruit als een jonge God. en hoewel hij me plaagde met Personage Wim begreep hij maar al te goed dat alle gelijkenis met de arrogante Jason Alexander berustte op fictie. Fier toonde hij me een whatsapje tussen hem en ex-collega Geert, die eveneens een rol kreeg in het boek: Geert, we staan in de roman van Petra! Antwoord van Geert: Ik ben hem net aan het lezen. Op zo’n momenten heb ik het gevoel dat ik een gouden medaille heb behaald op de Olympische Spelen. In een wereld waarin jaloezie al eens de kop durft opsteken ben ik dankbaar voor de steun en immer positieve reacties van de collega’s. Ze durven al eens zeggen dat ze het ene boek beter vinden dan het andere, of dat ze graag een vervolg willen maar de vibe is altijd positief en aanmoedigend. Ik heb al in veel bedrijven gewerkt en met sommige collega’s was het letterlijk huilen met de pet op. In het farmaceutische bedrijf Menarini – ja, ik noem het bij naam – ben ik ooit letterlijk weggepest, hetgeen zich oa vertaalde in collega’s die je de hele dag straal negeren. Voor ik mijn ontslag kreeg – want ik kon en wist niks – ging ik mijn boterhammekes tijdens de lunchpauze opeten in mijn wagen. Alleen. Voor een sociaal dier als ik staat dat gelijk aan zelfmoord, maar zo geïsoleerd voelde ik me. Helaas sponsor ik het bedrijf nog steeds want mijn zoon neemt medicatie die Menarini op de markt brent. Tja, het kan verkeren…

Hoe zit het tussen jou en de collega’s? Wat is je beste of slechtste ervaring op de werkvloer?