DOOPSUIKER EN BESCHUIT MET MUISJES

53389255_619334828528881_2885035407962013696_nHoogzwanger, zo voel ik me. Onzeker, en dat zal zo blijven tot op het moment dat ik de baby in handen heb. Dat ik het papier zal kunnen ruiken, de kaft zal kunnen voelen en de cover eindelijk in print zal zien. Dat ik weet dat het goed is en dat niet alles één lange, mooie droom is geweest. Gisteren vernam ik  van uitgeverij Kramat dat ik morgen mijn auteursexemplaren mag verwachten. Nee, voor de bevalling van mijn eigen kinderen had ik geen zenuwen, het maakte mij absoluut niet uit wat anderen van mijn kind vonden. Zolang het maar gezond was en de bevalling goed verliep, dat was voldoende. Bij de geboorte van een boek voelt het toch wel even anders aan. Want een kind dat wordt geboren heeft enkel de liefde van zijn ouders nodig. Maar een boek wordt weerloos de wereld ingeworpen en moet zich schikken naar het vlijmscherpe lot dat kritische boekrecensenten ervoor hebben uitgestippeld. Het is afhankelijk van de goodwill van het lezerspubliek, dat hém – ja hém en niet die Amerikaanse bestseller die staat te glunderen in de rekken – mee naar huis wilt nemen. Een boek kan er prachtig uitzien bij de geboorte, maar toch een stille dood sterven, sneller dan voorzien, genadeloos neergesabeld en verguisd.

Ben ik dan niet blij dat alles morgen werkelijkheid wordt? Toch wel. Maar het maakt me ook wat melancholisch. Want het boek heeft lezers nodig om te overleven. Geen enkele auteur kan zonder een publiek. Vandaar, Lieve Lezer, deze warme oproep. Hou je van een spannend verhaal? Ben je op zoek naar een origineler geschenk dan bloemen wanneer je straks op visite gaat bij schoonma? Denk dan straks eens aan een alternatief. Denk dan eens even aan mij…

PS: De foto hierboven werd genomen door een fantastische fotograaf die de cover van MaryDes ‘nabouwde’. Dus ja, morgen wordt het echt de eerste keer dat ik het boek in handen zal hebben. Maar niet de laatste keer. Nooit de laatste keer…

Advertenties

KAN DE MICROFOON NOG GROTER?

Moetoen

Het zijn drukke tijden, maar niet geklaagd… Zo hebben we het graag. Gisteren werd ik uitgenodigd in de opnamestudio van Radio Moetoen voor een voorbereidend gesprek. We bespraken het interview dat zal worden uitgezonden op 22 april. En dus vroeg ik: ‘Hoe ver mag ik dan precies bij die – gigantische – microfoon vandaan zitten?’ Zegt Eric, de presentator: ‘Dat mag vrij dicht hoor, 10 à 15 cm.’ Heel dicht dus. Wederhelft was aanwezig want hij zal het eigenlijke interview filmen en wilde al eens testen. Eerlijk gezegd ben ik blij dat we die kans kregen. Want als ik naar de eerste beelden kijk, lijkt er aan mijn kin wel een dikke, vette zwarte sik te hangen. Ja, toch? Maar Wederhelft kent zijn job en had de spelbreker al voor mij gespot. Hij veranderde zijn cameraperspectief, en hielp zo elke vergelijking met Conchita Wurst uit de wereld.

Het was een fijne avond bij Radio Moetoen, en dat om twee zeer uiteenlopende redenen. Ten eerste omdat ze me voorstelden om passages uit mijn boek op de radio te komen voorlezen. Iets wat ik nooit heb gedaan, maar wat me echt heel leuk lijkt. Dat wordt dus een volmondige ‘yes’. En ten tweede… Een vriend van ons is zanger van de coverband ‘Ontpopt’. We hadden al vernomen dat hij ook naar Radio Moetoen zou komen voor een interview, maar we wisten niet precies wanneer. We hadden hem in tijden niet meer gezien. Dus ik vraag langs mijn neus weg aan de presentator: ‘Is Jurgen van ‘Ontpopt’ al langs geweest?’ Eric: ‘Ja, die komt straks! Binnen een half uurtje.’ Geweldig! dacht ik. Hoe groot is de kans dat wij elkaar hier tegenkomen? Of is het karma? Hoedanook, we moesten Jurgen verrassen en betrokken de presentator in het complot. Dus toen Jurgen was aangekomen en door Eric naar de studio werd geleid, hielden wij ons verscholen in de opnamestudio. Ik zat achter de microfoon en Wederhelft hield de camera gericht op de deur. Die ging open en we horen Eric zeggen: ‘Ga maar naar binnen, Jurgen.’ Je kan je diens verbazing al inbeelden toen hij zag dat er een camera op hem gericht was terwijl een overenthousiaste Spark kermisgewijs in de microfoon riep: ‘Daar is-ie beste mensen, de zanger van de fantastische band Ontpopt. Geef hem een staande ovatie.’ Hij vroeg: ‘Wat doen jullie hier?’ Ik wees naar de prachtige boekcover die MaryDes voor ‘Eén kans op zes’ maakte en die op een poster aan de muur prijkte. Toen ging hem een lichtje branden.

Het was een heel fijn weerzien. En ik geef het jullie op een briefje. Toeval bestaat niet.

WAT ZAT ER IN MIJN BRIEVENBUS?

EKOZ

Neen, niet wat je denkt… De krant waarin dit artikel verscheen zat vanochtend nog steeds niet in de brievenbus. Humeurig stapte ik in mijn wagen. Na tien minuten rijden op weg naar het werk, besefte ik dat ik mijn toegangsbadge tot de parking op kantoor thuis had laten liggen. Omkeren? Niet veel zin in. Het alternatief? Niet in de ondergrondse parking parkeren, de lift niet kunnen gebruiken, geen toegang hebben tot het kantoorgebouw en niet kunnen printen. Not an option dus. Er zat maar één ding op: mijn dierbare Fiat 600 een U-turn laten maken. Snelsnel naar huis gereden. Snelsnel de motor van de wagen laten draaien op de inrit van de winkel aan de overkant. Snelsnel naar binnen, mijn badge van de salontafel grissen en opnieuw naar buiten! Intussen was de straat in beide richtingen geblokkeerd door een vuilniskar. De vuilnisman stond geduldig te wachten naast mijn auto omdat ik diegene was die de inrit blokkeerde. Dus het wordt één van dié dagen… dacht ik. Ik verontschuldigde me uitgebreid en wenste dat het al avond was. Maar… En zo gaat dat dan met die dingen… Wanneer ik na het werk de brievenbus openmaakte, vond ik nog steeds niet de krant waar ik op wachtte. Wat ik wel vond was een brief. De dienst Cultuur en Evenementen van Stad Vilvoorde informeerde me dat ze me wilden steunen bij de promotie van mijn boek. Er komt een artikel in de stadskrant en er zullen evenementen worden georganiseerd in samenwerking met de bibliotheek. Bovendien neemt de Schepen van Cultuur het woord tijdens mijn boekpresentatie. Fijn, dus ik ben er toch nog in geslaagd de negatieve vibes van vanochtend een schop tegen hun achterste te geven, dacht ik. Fluitend (of toch een poging tot…) opende ik Twitter en merkte dat ik was getagd in een tweet op het Nederlandse twitterkanaal van ‘Nieuwe boeken’. Ze kondigden de komst van ‘Eén kans op zes’ aan.

En nu begin ik heel erg benieuwd te worden. Want als die positieve evolutie zich verderzet… Wat voor leuks over ‘Eén kans op zes’ vind ik dan straks terug op Instagram? Of op Facebook? Of vanavond… op televisie…?

2 WORSTEN, 3 BANANEN EN 1 SPARK

1op6-Standing-Paperback-Book-Mockup (1)

Zo beeld ik mij in dat het winkelkarretje van de klant aan de kassa naast mij eruitziet: mijn boek tussen de worsten en de bananen. En misschien ook liggend tussen maandverband, toiletpapier en tja… waarom niet… pikante lingerie. Mijn verbeelding slaat helemaal op hol (elke vergelijking tussen de voedingswaren en fallussymbolen berusten trouwens op toeval). Want vandaag… kreeg ik heel goed nieuws van uitgeverij Kramat. Carrefour heeft EEN KANS OP ZES aangekocht. Dus binnenkort – en het begint echt te korten nu – lig ik in de hypermarkt!

En die opsteker was broodnodig… Want het is ‘one hell of a ride’ geweest vorige week. Op het ogenblik dat ik de proefdruk van het manuscript toegestuurd kreeg om na te lezen had ik – net zoals bij ARTIKEL 13 – een heel dubbel gevoel. Vreugde, omdat na dit laatste loodje alles eindelijk kan worden gedrukt. Angst en frustratie omdat je wéét dat er bij het zetten altijd allerlei details mislopen en dat het nu jouw taak is om die te spotten en te corrigeren. Met een naar gevoel in de maag las ik mijn manuscript – intussen voor de vijfhonderd miljoenste keer – achterstevoren om leesblindheid tegen te gaan. Alle punten, komma’s, woorden werden nagekeken. De zetfouten werden gespot en doorgegeven, maar ik was er niet gerust in. Dus ik stoorde mijn arme uitgeefster vanochtend tijdens haar ziekteverlof zodat ze mij kon geruststellen. Ze bevestigde me dat ze zeker de correcties zou nakijken nadat ze waren doorgevoerd en dat was een pak van mijn hart. Op dat moment kon ik eindelijk wat beginnen genieten en verder dromen van die worsten en bananen.

Alé mannekes, de Carrefour… Hoe zot is dat?

EEN KANS OP…SHIT HOE ZAT DAT OOK AL WEER?

rondom

Dit artikel verscheen twee jaar geleden in RONDOM. Fijn om het nog eens terug te zien. Om bevestigd te zien dat ARTIKEL 13 inderdaad maar het begin was en dat de opvolger bijna komt piepen. Het was ook fijn om onlangs gebeld te worden door diezelfde journalist voor een interview. Hij was de eerste om me ooit te interviewen. We kennen elkaar intussen al wat beter dus voor hij aan het interview begon, keuvelden we wat over de vakantie die eraan zat te komen. Hij: Ik ga lekker skiën. Ik: ‘Ik ook. In Frankrijk.’ Hij: ‘Frankrijk? Nee, toch? Italië dat moet je doen. Veel leukere sfeer, minder volk, lekker eten. Need I say more?’ Zo ging het nog een tijdje door. In tegenstelling tot het eerste interview, waarbij ik stijf stond van de zenuwen, zou dit easy peasy worden. Een paar vraagjes beantwoorden, makkie… No stress.

Je voelt me al komen. Daar kwam zijn eerste vraag: ‘EEN KANS OP ZES, waar slaat die titel op?’ Ik had de vraag al voelen komen voor hij ze nog maar had gesteld. Ze was mij al zo vaak gesteld dus dat antwoord zou ik wel meteen even geven. Maar… het kwam niet. Wat er kwam was dit: ‘Als je kind vermist wordt heb je één kans op zes dat het nooit wordt teruggevonden als het niet binnen de … hm… wat was het ook alweer… 24… of nee… 48 uur… Enfin binnen een korte tijdspanne wordt teruggevonden.’ Zo probeerde ik mezelf eruit te redden. Het leek nergens op maar ik wist het gewoon niet meer.Gelukkig heb ik de andere vragen wel behoorlijk kunnen beantwoorden. En voor deze blog heb ik het nog eens opgezocht: het is dus binnen de 48 uur.

Ik ben wel benieuwd wat hij er zelf van heeft gemaakt voor het krantenartikel. Overmorgen weet ik meer, dan wordt het gepubliceerd in RONDOM. Toch nog wat oefenen op mijn interviews denk ik dan…

ALS SNEEUW REGEN WORDT…

1op6 facebookWanneer je ’s ochtends per abuis een stuk brood aan je vork prikt en ermee in je tas chocolademelk begint te roeren alsof je nog aan het fonduen bent… Wanneer er bij de lunch plots Brugse kaas voor je ligt in plaats van dat heerlijke bordje Tartiflette met Reblochonkaas… Dan weet je dat het zover is. Je bent terug. Weg bergen, weg sneeuw, weg vakantiemodus.  Back to reality. Want 20 april komt steeds dichterbij… en ik verwacht de laatste drukproef van uitgeverij Kramat elk moment. En wachten… Nee… Dat is niet mijn sterkste punt. Dus ik stond vanochtend humeurig door het huis te ijsberen, mezelf afvragend waarom ik er überhaupt voor had gekozen om uit vakantie terug te komen. Waarom niet gewoon gaan voor die radicale carrièreswitch? Ik zie me al helemaal zitten, daar in de Franse Alpen. In een afgelegen, romantische blokhut waar ik dan in de zomer de koeien van de ene weide naar de andere zou begeleiden en in de winter elke dag zou gaan skiën! En om brood op de plank te krijgen moet ik dan enkel nog… Tja… die bestseller schrijven?

Dan komt Wederhelft de woonkamer binnen en slaagt erin mij de Franse droom meteen te doen vergeten met slechts drie woorden: ‘Het is aangekomen.’ Ik: ‘Echt?’ Hij: ‘Maak maar open! Ik zal het even filmen als je het openmaakt. En dan posten we het op de sociale media, net zoals al die anderen dat doen!’ Ik: ‘Denk het niet. Stop die camera maar weer weg. Today is a bad hairday, darling.’ En ik scheur de kartonnen doos open. Met daarin nog drie kartonnen dozen. Met daarin… Je raadt het al… Nog meer kartonnen dozen. Hadden we dàt gefilmd was het wel een heel erg saaie bedoening geworden! Na eindeloos veel trekken en scheuren was het eindelijk zo ver: ik had mijn promotiemateriaal in handen: affiches, bladwijzers en flyers. Het zag er precies uit zoals ik het me had voorgesteld. Zoals ik het had gewild. Nu nog enkel wachten op 20 april om Sinterklaas te spelen en alles rond te delen… En die Franse droom? Ach… Iets voor een volgend leven?  

IMG_0322

Ik schrijf thrillers want ik heb geen seks meer!

IMG_0283

Het is donderdagavond, het einde van de week is in zicht en je bent moe. Toch zit je achter het stuur van je Fiat, op weg naar Tervuren. Daar houdt de vriendin van een vriendin haar pop-up kledingzaak open voor een ladies night. Enkel op uitnodiging. Lekker gezellig onder de vriendinnen, zo denk je dan. Maar de avond nam een vreemde wending…

De GPS – thank God for GPS!!! – stuurde me tot vlak voor de deur van de boetiek, vlak naast de Standaard Boekhandel (altijd prettig). Ik stap de wagen uit en de winkel binnen. Kaasschotel en Cava staan klaar. Net als mijn vriendin, die – haar immer elegante en knappe zelve – me voorstelt aan het handjevol dames en één man. Ik vermoed dat de man – die met pretoogjes de vrouwen observeert in hun zoektocht naar de gepaste kledingoutfit (is mijn gat niet te dik in deze rok? Je kent het wel) – de echtgenoot is van een van de dames. Mijn vriendin stelt ons dus aan elkaar voor en maakt – darling die ze is – ook van de gelegenheid gebruik om luid te verkondigen dat ik auteur ben en dat mijn tweede boek binnenkort verschijnt. De man pikt hier meteen op in en vertelt dat hij zelf ook overweegt om een boek te schrijven, dan wel een non-fictie verhaal. Hij was nogal ‘into’ het spirituele. Iets wat me heel erg interessant lijkt, maar ik heb me er zelf nooit erg in verdiept. Ik moedig hem aan om zeker dat boek te schrijven, maar al vrij snel wijkt hij af van het gesprek over zijn schrijversambities. ‘Dus jij schrijft thrillers? Je beseft toch waarom? Je vlucht naar een andere wereld. Je bent hier niet op je plaats, in deze hedendaagse wereld. Je zit gevangen tussen twee werelden. Je bent heel erg gevoelig en je hebt de liefde opgegeven.’ Ik: ‘Ik ben gelukkig getrouwd, maar met twee tieners thuis is het uiteraard niet evident, maar dat maakt iedereen wel mee, toch?’ Hij: ‘De passie staat op een heel laag vuurtje, ik voel dat. We moeten eens op een ander moment afspreken, ik kan je helpen om jouw zachte aard weer naar boven te halen.’ Paniekerig keek ik om me heen, op zoek naar die vriendin. Ik ging ervan uit dat zij die kerel had uitgenodigd en durfde niet onbeleefd zijn. Uiteindelijk ging hij ervan uit dat hij me ging helpen, toch? Dus… Als de eerste de beste bakvis heb ik mijn mailadres op een papiertje geschreven en aan hem doorgegeven. Hij was de deur nog niet uit – mét mijn mailadres – of ik vloog naar die vriendin: ‘Wie was dat? Dit was zo vreemd!’ Antwoordt de schat: ‘Oh, wij kennen die man helemaal niet, die kwam hier plots zomaar binnenwandelen. Zeg je hebt toch niet je echte mailadres gegeven, hé!’ Dus daarvoor moet ik 42 jaar oud geworden zijn, om mij te laten inpakken als de eerste de beste bakvis. Foei Spark!

ONTMASKERD?!

Het boek Een kans_PROMO banner 2

In Vlaanderen word je zo rijk van je pen dat je na het publiceren van een boek meteen kan stoppen met werken, je rijhuis kan inruilen voor die luxueuze villa in Dubaï en de volledige lentecollectie van Armani kan bestellen. IN YOUR DREAMS! Al moet ik wel toegeven dat het verdomd goed klinkt. Conclusie: om brood op de plank te krijgen moet er ook nog worden gewerkt (die rijke vent aan de haak slaan zal iets zijn voor een volgend leven). En zo gebeurde het dat ik gisteren op kantoor plots een skype berichtje kreeg van Ingrid, onze fantastische receptioniste. Ik viel bijna van mijn stoel toen ik het las. Het ging zo:

‘Petra?’ ‘Ja, Ingrid?’ ‘Mijn nieuwe collega aan de receptie kent jou!’ Ik: ‘Wat bedoel je, Ingrid?’ Ingrid weer: ‘Ze kent Petra Spark! De schrijfster. Ja, ik liet jouw naam vallen – Petra Spark dus – en ze zei meteen: toch niet dé Petra Spark, de Vilvoordse schrijfster? Diegene wiens boek een hele tijd in de etalage van Standaard Boekhandel heeft gelegen?’ Ingrid ging verder: ‘Ze wil jou ontmoeten.’ Ik: ‘Ik ben verlegen.’ Zij: ‘Je moet je status van auteur aanvaarden. Je moet naar beneden komen!’

Zo gezegd zo gedaan. Oh fuck oh fuck oh fuck, ging er door me heen terwijl ik naar de lift stapte en me spiegelde. Ik moet dringend naar de kapper, ik had vanmorgen mijn haar moeten wassen en me veel beter moeten schminken. Waarschijnlijk heeft die nieuwe receptioniste nu torenhoge verwachtingen, gezien de mooie auteursfoto op de achterkant van ARTIKEL 13 en zal de realiteit serieus tegenvallen. (Dit gezegd zijnde pas ik straks meteen mijn profielfoto aan op Facebook naar een recentere versie van mezelf). Ik dus even kennis gaan maken: ‘Hallo, ik ben het dus… de Vilvoordse schrijfster.’ Om dan zo snel mogelijk het onderwerp op het mooie weer te brengen en afscheid te nemen. Toen ik mijn rug had gekeerd hoorde ik haar zeggen: ‘Hier werkt een schrijfster! Hoe speciaal is dat!’ Misschien had ze niet gemerkt dat ik een ‘bad hairday’ had, en waarschijnlijk had ze ook niet gemerkt dat ik stiekem toch glunderde. Voor de eerste keer worden herkend… Tja… Ik ging me bijna een BV voelen. Of dan toch een halve…

 

Met dank aan MaryDesDesigns voor de fotobanner

SPARK IN DE AANBIEDING!

Magazine en boek v1

Altijd weer vreemd om je eigen boek in de aanbiedingsfolder te zien staan. Binnenkort wordt het weer allemaal ‘echt’. In april wordt de tweede baby op de wereld losgelaten. De eerste voorbereidingen voor de boekpresentatie zijn getroffen. En dan besef je hoe comfortabel het toch is om radio-interviews te geven, of opnames te maken voor je eigen boektrailer. Lekker veilig werken achter de schermen, weg van een echt publiek. Want jawel, eind april is het zo ver, dan kan ik er niet langer vanonder muizen. Dan moet DE AUTEUR het woord nemen op haar boekvoorstelling. Nerveus ben ik (nog) niet, maar het is ook niet mijn favoriete bezigheid. Ik ben eigenlijk best fier op mezelf. Want moet je weten dat ik vroeger, op de lagere school, nachten lang wakker lag wanneer de juf het woord ‘spreekbeurt’ liet vallen. Ik had daar echt een panische angst voor. Dat soort momenten, alleen vooraan in de klas, waren een ware kwelling. Oh God, laat de juf vandaag ziek zijn, of laat diegene die voor mij aan het woord is zo lang praten dat ik niet meer aan de beurt kan. Dat soort toestanden dus. Vuurrood stond ik daar dan vooraan, en ik voélde dat ik vuurrood was en dat iedereen dat kon zién… Middeleeuwse Martelpraktijken heb ik die spreekbeurten ooit genoemd. Maar oh… ironie en speling van het lot… Wie neemt er nu, zoveel jaren later, zelf het initiatief om op het podium te kruipen en een toespraak te houden? Mevrouw Spark.

Boeken schrijven heeft me al heel ver uit mijn comfortzone gebracht en ik heb dingen gedaan die ik anders nooit zou hebben gedurfd. Ik vraag me af waar dit boekavontuur me weer heen zal leiden. Of hoe dromen ervoor kunnen zorgen dat je je grenzen overstijgt…

 

 

Spark op de rode loper

Petra en cover

Vorige zaterdag gingen ik en mijn echtgenoot uit eten met mijn nicht en haar ventje om de komst van EEN KANS OP ZES te vieren. Net als ik is ze nogal ‘een pateeke’. We jutten elkaar op, steken elkaar de loef af en willen allebei het laatste woord hebben. Dus ik sms haar even om onze afspraak te bevestigen. Nog geen vijf seconden later krijg ik een sms terug:

Zij: Menuutje al bekeken? Wat nemen we? Ik: Euhm… Kunnen we misschien ter plekke bekijken? Zij: Inktvis gaat me echt te ver hoor, ik vraag een alternatief. Moet er voor jullie iets worden aangepast? Ik: Wij hebben geen pretenties. Kat of hond, tja dat zou erover zijn. Maar ach, dat heb je dan weer met dat chique volkje uit Schilde, nooit tevreden. Zij: Wij? Chique volk?! Ik ben wel diegene die de eer heeft om met Mevrouw De Schrijfster en haar Cinematograaf uit eten te gaan. Ik: Vergeet dus niet om zaterdag de rode loper te laten uitrollen wanneer je belt om je menu te laten aanpassen.

Zo gingen onze grapjes nog een tijdje door. Die bewuste zaterdagavond komen we aan bij het restaurant. Tiens, geen rode loper voor de deur? Ik verbaasd want mijn nicht is tot alles in staat, ZEKER als ze wordt uitgedaagd. We gaan het restaurant binnen, lag er een miniatuur-rode loper op de tafel met een felicitatiekaart van de uitbaters ernaast.

Had ze dan geen echte rode loper voorzien? Tuurlijk wel. Die bleef gewoon in de koffer van haar wagen omdat het voetpad opgebroken was door straatwerken. Maar ik heb er die avond wel op gelopen, toen we na het etentje bij hen thuis uitgenodigd werden en ze hem alsnog uitrolde op het voetpad.

Vergeet geld en materialisme. Zotte streken en humor, dat zijn toch de ideale kruiden voor een tof leven, nee?