27 VOOR HET GOEDE DOEL

Affiche A3

Het is weer die tijd van het jaar! Goede doelen duiken overal op, je kan er niet omheen. Dit jaar werd er door het bedrijf waar ik werk een Christmas shopping georganiseerd waarbij er gevraagd werd aan de personeelsleden om hun eigen werk te verkopen. De opbrengst zou gaan naar het goede doel. Zo gezegd, zo gedaan. Afgelopen maandag, dinsdag en woensdag liet ik mijn lunchpauze voor wat ze was. In plaats van te lunchen verhuisde ik samen met een aantal creatieve collega’s naar de inkomhal van het gebouw om kopers te strikken. Tot mijn grote vreugde verkocht ik 27 exemplaren van ‘Eén kans op zes’ aan werknemers van de bedrijven waarmee we het gebouw delen. Het was fijn om die andere collega’s te leren kennen. En soms ook grappig. Zoals die twee werknemers (een man en een vrouw) die 1 boek kochten en het samen zouden delen. Dus ik vraag: ‘Zijn jullie een koppel?’ De aarzelende, glimlachende blik in hun ogen meldde me dat ik misschien – alweer eens – een niet zo gepaste vraag had gesteld. Maar het werd nog iets vreemder toen de dame lachend antwoordde: …’Hmmm.. Nee, een koppel zijn we niet. Maar we kennen elkaar wel erg goed, hé?’ Ze knipoogde naar de man en net op het moment waarop ik wilde uitroepen: ‘Too much information!’ voegde ze eraan toe: ‘We hebben elkaar ook al eens naakt gezien, he. Ja, dat kan allemaal hoor…’ Ik weet niet hoe snel ik toen van onderwerp ben veranderd, maar Speedy Gonzales had het niet van me gewonnen. Enfin, wat mensen doen in hun vrije tijd (of tijdens kantoortijd – nee, ik mag er niet aan denken) zal me een zorg wezen. Het waren fijne, vrijgevige en goedlachse mensen en dat is wat telt. En hoeveel we hebben ingezameld voor het goede doel? Een kleine duizend euro…. and it feels good!

Heel fijne feesten toegewenst aan jullie allemaal en tot in januari. En wie weet… Misschien volgt er dan wel een aankondiging over een nieuw boek?

Komt er een toneelstuk?

blog

Vorige vrijdag ging ik naar een theatervoorstelling. Na het stuk verzeilde ik louter toevallig tussen de acteurs in de bar. Tussen pot en pint raakte ik aan de praat met de voorzitter van de theatervereniging, de decorbouwers, regie-assistente en nog zoveel andere creatieve geesten. Maar de avond verliep niet zoals ik had verwacht. Tot op dat moment was ik heel relaxed, ontspannen, klaar om lekker chill het weekend in te duiken. Maar dat was voordat ik door een regisseur werd aangesproken. ‘Dus jij bent schrijfster?’ vroeg hij. ‘Hm…’ bromde ik. Het voelt nog altijd vreemd om jezelf schrijfster te noemen en op zo’n momenten zak ik eigenlijk liever door de vloer. Maar terwijl ik nog aan het brainstormen was hoe ik van onderwerp kon veranderen vuurde hij zijn volgende vraag af: ‘Welk genre schrijf je dan?’ Ik: ‘Thrillers.’ Hij: ‘Echt? Vertel eens waarover het verhaal gaat. Ik zou zo graag nog eens een thriller op toneel brengen.’ Het vuur brandde in de man zijn ogen, zijn liefde voor verhalen en toneel was groot. Het was een plezier om hem het begin van ‘Eén kans op zes’ te vertellen. Hij vond de titel geweldig en was geboeid door het begin van het verhaal. Toen een actrice die het boek had gelezen eraan toevoegde: ‘Echt een spannend boek, dat moeten we op toneel brengen,’ was het hek van de dam. Voor we het wisten waren we aan het brainstormen over welke acteur welke rol zou toebedeeld krijgen. De regisseur was laaiend enthousiast. Er werden geen concrete afspraken gemaakt. En misschien is de regisseur morgen weer heel erg enthousiast over een ander boek. Maar misschien ook niet… Misschien komt er ooit een theaterversie van ‘Eén kans op zes’… Want ik heb intussen geleerd dat onmogelijke dromen ook weleens durven uitkomen…

Een theaterstuk verdekke! Hoe cool zou dat zijn?

Kleine gevoeligheden

dav

Dan sta je in het Carrefour-warenhuis in het rek naast Margaret Atwood, één van je idolen, en dan denk je ALLRIGHT! Maar slechts een paar uur later kreeg ik een berichtje van een lezeres van ‘EEN KANS OP ZES’. Ze wilde mij even melden dat het verhaal niets voor haar was, omdat er dierenmishandeling in voorkwam. Mijn eerste gedachte: dit berichtje is niet voor mij bestemd, girl. Je vergist je vast van auteur. Tot ik iets dieper ging nadenken. Er was inderdaad die passage – bijna aan het einde van het boek – waarin een hond word geschopt door een man. De hond overleefde het – zover ik mij kan herinneren – eenmalige incident en ik heb dit in het boek geschreven omdat ik het karakter van de man wilde laten zien. Ik hou zelf zoveel van dieren dat ik vrijwilligerswerk doe in een dierenopvangcentrum, dus mijn hart gaat zeker uit naar onze viervoetige vrienden. Toch was ik op mijn beurt gechoqueerd door de reactie van deze lezeres. In het boek wordt al eens iemand vermoord, een ontvoering is nooit ver weg, en er gebeuren al eens akelige dingen in een kelder (om het subtiel uit te drukken). Maar dat was volgens deze lezeres dus allemaal geen probleem. Wat wel een probleem was, was dat er een hond werd geschopt. Het deed me zelfs een beetje denken aan een uitspraak van Stephen King: ‘Het bloed mag in mijn boeken van het papier spatten, lichamen mogen bloederig worden opengereten, maar laat één van je personages vloeken en je hebt stront aan de knikker’. Dus daar sta ik dan, naast Margareth in de Carrefour. Een dame die eveneens niet bang is van wat horror op het scherm (The Handmaid’s Tale – zalig!). Hoewel ik me niet kan herinneren dat er in haar verhaal dieren voorkwamen. Ze wist waarschijnlijk goed genoeg waarom 🙂