KANSLOOS: unboxing time

Maandag ontving ik een berichtje van Gundi, een fijne dame die ik leerde kennen nadat ze DE PATIËNT, mijn vorige thriller, recenseerde en een weggeefactie organiseerde. Haar reisblog op Instagram en haar website (https://www.gundiscover.be/) geven me altijd zin om in het vliegtuig te stappen en ik ben deze straffe madame blijven volgen. Intussen startte ze ook een boekenrubriek op Instagram waarin ze maandag de unboxing van KANSLOOS postte. Spannend. Ik hoop dat ze het verhaal kan waarderen. We zien wel. Ik ben er intussen uit dat smaken verschillen. Hoewel ik veel enthousiaste reacties ontving over mijn vorig boek DE PATIËNT, kreeg ik na verschijning bijvoorbeeld een privéberichtje van een dame die proefleest voor de thrillers van Sterre Caron. Ze zei dat ze teleurgesteld was in DE PATIËNT, zeker na het lezen van mijn ASTARTE. Tja, er zijn leukere berichten om te ontvangen, maar wat doe je eraan? Diezelfde dame stuurde me begin juli opnieuw een bericht: Ik heb net KANSLOOS uit en vond het super. Veel beter dan DE PATIËNT. Zo zie je maar. Zoveel lezers, zoveel smaken. Niet teveel bij nadenken en doorgaan. Morgen werk ik verder aan OVERSCHADUWD, het manuscript dat in November – si Dieux le veut – af zal zijn. Waarom haal ik er de goedheilig man bij? Wel… Het zijn aparte tijden. Een paar nachten geleden kreeg ik een bericht van de vriendin van Jongste Zoon. Hij was met haar familie op vakantie in Albanië. Die bewuste nacht bleek hij opgenomen in een Albanees ziekenhuis waar niemand engels sprak. Hij lag met hoge koorts aan een infuus en had twee spuitjes in de poep gekregen. Hij was daar beland nadat hij bleef braken, ook nadat zijn maag helemaal leeg was en hij enkel nog gal spuwde. Hij kon nog amper op zijn benen staan. De dag nadien werden ook de andere gezinsleden opgenomen in het ziekenhuis. De volgende dagen verbeterde hun toestand langzaam en gisteravond landden ze gelukkig in Charleroi. Mijn opluchting was groot. Ik had even gevreesd dat ze niet op het vliegtuig zouden worden toegelaten omdat ze nog ziek waren. En op zo’n momenten denk je: allemaal goed en wel, die verre landen. Tot er iets gebeurt, je de taal niet machtig bent en niet even in de wagen kan springen om je kind thuis te brengen. Wel blij dat het allemaal goedkwam.

Heb jij ooit iets meegemaakt op vakantie wat je nooit zal vergeten?

Bent u de schrijfster, mevrouw?

Het was een bewogen maand. Een periode van vallen en opstaan, hoop en teleurstelling. Van jezelf verliezen en weer terugvinden. Wie naar de boekvoorstelling van DE PATIËNT kwam weet waar ik de inspiratie haalde voor deze thriller uit 2022. Ik schreef het boek naar aanleiding van het verblijf van mijn schoonvader in een woonzorgcentrum nadat hij werd geveld door zware dementie. DE PATIËNT was mijn manier om wraak te nemen op de machteloze situatie waarin dementerende bejaarden zich bevinden. In mijn boek heeft patiënt Peggy Vermoes (die lijdt aan ALS) alle touwtjes in handen en wordt haar verpleger meegesleurd in de psychologische spelletjes die ze speelt. Ik gaf mijn schoonvader weer een stem via Peggy Vermoes. Maar dat was slechts op papier. De realiteit is anders. Een maand geleden krijgen we bericht dat hij longontsteking en bronchitis heeft opgelopen en dat het niet zo goed met hem gaat. Mijn echtgenoot spreekt met de huisarts die voorstelt schoonpapa te hospitaliseren zodat hij opnieuw op krachten kan komen. Wat dat ook mag betekenen wanneer je niet zelfstandig meer kan eten, je kinderen niet meer herkent en aan je bed gekluisterd bent… Hij wordt dus opgenomen in het ziekenhuis. Een paar uur later krijgen we het heuglijke nieuws dat al zijn bloedwaarden goed zijn en dat hij terug naar het rusthuis kan. Diezelfde avond boekt mijn echtgenoot een tafeltje in ’t Stoveke, een toprestaurant in Strombeek. Het was een bewogen week: spannend afwachten en duimen voor de oudste zoon die toen nog in examens zat en net een slechte ervaring had tijdens een mondeling examen, met de jongste naar het ziekenhuis vanwege rugklachten en de slechte gezondheid van mijn schoonpapa. Die avond proberen we alles even los te laten en uit te kijken naar onze vakantie die een week later start. Bij het verlaten van het restaurant word ik discreet aangesproken door uitbaatster Petra: ‘Excuseer mevrouw, maar bent u soms de thrillerschrijfster?’ Ik (verbaasd): ‘Ja?’ Zij: ‘Ik meende u al te herkennen. Ik las ergens dat u ons en ons restaurant vermeldt in uw boek. Wilt u volgende keer een gesigneerd exemplaar van het boek meebrengen?’ Ik dacht: hoe leuk is dit? Ik heb ’t Stoveke en hun uitbaters inderdaad verwerkt in DE PATIËNT. Op wolkjes liep ik naar buiten terwijl ik tegen mijn man grapte: ‘Nu kan ik zelfs niet meer incognito op restaurant.’ Gieren van het lachen. Maar zoals ik al zei: het waren dagen van hoogtes en laagtes. Diezelfde nacht overleed mijn schoonvader in het rusthuis. De dag voor we op vakantie vertrokken hebben we hem begraven. Om het met de woorden van mijn echtgenoot te zeggen: ‘Zijn ziel heeft zich eindelijk kunnen losrukken van zijn lichaam.’ We hadden er vrede mee. Het was goed zo en het voelde bijna aan als een opluchting. Na zijn overlijden was er weer ruimte voor mooie herinneringen aan de tijd voor hij ziek werd. Een vraag die misschien taboe is, maar ik ga ze toch stellen: hoe heb jij het overlijden van een naaste ervaren? Kan je erover praten?